Besmetting met tuberculose
info voor zorgprofessionals en geïnteresseerden
Verspreiding via de lucht
Een persoon met actieve tuberculose in een besmettelijke fase kan tuberculosebacteriën in de lucht brengen bij hoesten, niezen, zingen,.... De bacteriën zitten in de uitgeademde luchtwolk in de vorm van druppelkernen (<5 µm) die een tijd in de lucht blijven hangen. Ze kunnen door een andere persoon diep ingeademd worden tot in de longblaasjes. Als de bacterie zich in de longblaasjes afzet, ontstaat een infectie van het longweefsel (primaire infectiehaard). In de meeste gevallen reageert het immuunsysteem adequaat en houdt die een verdere bacteriële groei onder controle – dit leidt tot een infectie. Soms verloopt de primaire infectie echter onbelemmerd, met lokale ontsteking en eventueel verspreiding via het lymfestelsel (voornamelijk bij jonge kinderen of mensen met problemen met het immuunsysteem).
Factoren die besmettelijkheid beïnvloeden
Niet elke tuberculosepatiënt is even besmettelijk. Patiënten met uitsluitend extrapulmonale TB (bijv. pleuritis, klier-TB) zijn in principe niet besmettelijk, tenzij ze gelijktijdig pulmonale laesies hebben of procedures als autopsie/abcesdrainage plaatsvinden.
Patiënten met longparenchymbetrokkenheid die auramine-positieve sputumpreparaten hebben, zijn het meest besmettelijk. Zonder behandeling besmetten zij gemiddeld 5–15 mensen per jaar.
Omgevingsfactoren spelen een cruciale rol: overdracht gebeurt voornamelijk binnenshuis. Denk aan huishoudelijke contacten, gemeenschapsinstellingen (opvangcentra, woonzorgcentra, gevangenissen) en ziekenhuizen. Slechte ventilatie en hoge bevolkingsdichtheid verhogen de kans op overdracht aanzienlijk. Anderzijds verkleinen mondmaskergebruik en luchtzuivering die kans. In het kader van volksgezondheid is bron- en contactonderzoek essentieel: zodra een persoon met besmettelijke TB wordt geïdentificeerd, moeten de personen die in nauwe contact stonden en getest te worden op TB-infectie. In België voeren Respiratoire Gezondheid/FARES deze onderzoeken systematisch uit samen met de gemeenschappen.
Besmettingskans
De kans op infectie hangt af van de intensiteit en duur van de blootstelling en de bacteriële lading die de besmettelijke persoon in de lucht brengt. Bij een eenmalig of kortstondig contact is de transmissiekans erg klein. Het risico neemt toe bij dagelijks, langdurig contact in een gesloten ruimte. Binnen huishoudens varieert de infectiegraad van ~20% tot 50+%, afhankelijk van besmettelijkheid en omstandigheden. Factoren bij de ontvanger spelen ook mee. Mensen met een verminderde lokale longafweer (bijv. door roken of longaandoeningen) of een verminderd immuunsysteem lopen gemakkelijker een infectie op. Een nieuwe infectie is vaak pas 8-10 weken na de laatste blootstelling zichtbaar via seroconversie (vensterperiode). Daarom voorziet men in contactopsporing een tweede testing (na 8 weken) als de eerste testing negatief was.
Preventie
Luchtweghygiëne en ventilatie vormen de hoekstenen om overdracht te voorkomen. Isoleer besmettelijke TB-patiënten in een aparte kamer (met negatieve druk indien mogelijk), en zorg dat personen die in dezelfde ruimte komen een FFP2 of FFP3-mondmasker dragen.
Zorg ook voor voldoende ventilatie en daglicht. Het openen van een raam en gordijnen zorgt voor een daling in besmettingskans.
Informeer besmettelijke patiënten om bij hoesten de mond te bedekken en wegwerptissues te gebruiken en bij contact met anderen een chirurgisch mondmasker te dragen.
In organisaties met verhoogd risico (ziekenhuizen, woonvoorzieningen) zijn periodieke screening van personeelsleden en bewoners op TB-infectie aanbevolen volgens de geldende richtlijnen. Bij COVID-19-coïnfectie of andere respiratoire comorbiditeit is extra voorzichtigheid geboden, aangezien aerosolisatie dan mogelijk toeneemt.
Gerelateerde content
Doorzoek onze bibliotheek
Siiltibcy Huidtest