Ga verder naar de inhoud

Risicogroepen (epidemiologisch): In een laag-incidente land als België zien we een concentratie van tuberculosegevallen in bepaalde populaties. Belangrijke risicogroepen voor blootstelling en infectie zijn:

  • Personen afkomstig uit of frequent verblijvend in hoge-incidentiegebieden: met name asielzoekers, vluchtelingen en migranten uit landen met hoge TB-prevalentie. Bij hen is de prioriteit dubbel: opsporen van actieve TB (aankomstscreening) én latente infecties identificeren voor behandeling (als ze tot verdere risicocategorieën behoren). In België krijgt elke asielzoeker bijvoorbeeld systematisch een RX thorax-screening bij binnenkomst aangeboden, in samenwerking met Fedasil en DVZ.
  • Gedetineerden (gevangenisbevolking) en ex-gevangenen. Detentieomstandigheden (overbevolking, beperkte ventilatie) en de clustering van andere risicofactoren (verslaving, migrant, laag socio-economisch) dragen bij tot verhoogde TB-transmissie. België hanteert daarom routineuze screening bij intrede (RX thorax) en periodiek tuberculineonderzoek tijdens detentie.
  • Personen in precaire woonsituaties: dak- en thuislozen, bewoners van opvangtehuizen, en andere maatschappelijk kwetsbare groepen (bv. mensen in extreme armoede of zonder papieren). Deze groepen hebben een disproportioneel hogere TB-incidentie door een combinatie van factoren (zeer beperkte toegang tot zorg, hogere kans op comorbiditeiten zoals hiv of ondervoeding, en mogelijk verblijf in dichtbevolkte centra). In Brussel bijvoorbeeld is ~8 op 10 van de TB-gevallen bij daklozen gesitueerd. Outreach screening en samenwerking met maatschappelijke organisaties is hier essentieel.
  • IV-druggebruikers: naast het directe gezondheidsrisico (hoge prevalentie van ondervoeding, HCV/HIV co-infectie en slechte levensomstandigheden) valt deze groep vaak samen met bovenvernoemde categorieën. Gerichte benadering via harm reduction-netwerken kan TB-opsporing en -behandeling in deze populatie verbeteren.
  • Contactpersonen van besmettelijke TB-patiënten: Dit is een evidente maar cruciale risicogroep – een nauwe contactpersoon (huishouden, goede vrienden, klasgenoten, collega’s in kleine ruimte) heeft een substantiële infectiekans (5–50% naargelang intensiteit) en verdient systematisch screening en follow-up. Zoals eerder vermeld worden contacten in België steeds onderzocht (THT/IGRA, RX) en zo nodig preventief behandeld.
  • Gezondheidswerkers en labo-personeel blootgesteld aan TB: Zij vormen in lage-incidentielanden een selecte groep die nog beroepsmatig blootgesteld kan worden aan tuberculose. In België worden zorgprofessionals niet meer routinematig BCG-gevaccineerd sinds de jaren ‘90, maar wel via arbeidsgeneeskunde opgevolgd. Zeker wie werkt met MDR-TB patiënten of stalen moet goed beschermd worden (FFP3-maskers, veiligheidskabinet). Bij bekende blootstellingen (bijv. een zorgverlener die onbeschermd participeerde aan bronchoscopie bij een later TB-positieve patiënt) wordt ook TBI-screening aangeraden.

Persoonlijke risicofactoren (klinisch): Naast deze omgevings- en bevolkingsgroepen, zijn er individuele factoren die de kans dat een besmet persoon TB ziekte ontwikkelt, sterk verhogen (zie 1.2.2). De voornaamste zijn:

  • HIV-infectie: Een HIV-positief persoon (zonder ART) heeft tot 20× hogere jaarlijkse risico op actieve TB. Tuberculose is wereldwijd de grootste doodsoorzaak bij HIV-patiënten. Co-infectie is een dodelijke combinatie, daarom is systematische screening op TBI en het aanbieden van TPT (isoniazide-profylaxe) standaard bij alle patiënten met HIV in tuberculose-endemische gebieden. In België testen we omgekeerd ook elke TB-patiënt op HIV.
  • Andere immunosuppressie: Patiënten die behandeld worden met TNF-α blokkers (bv. infliximab, adalimumab voor reuma/IBD) lopen een hoog risico – TB kan bij hen ook atypisch verlopen (meer extrapulmonaal). Daarom is in België een voorafgaande TBI-screening verplicht voor start van anti-TNF; bij positieve test moet eerst preventief behandeld worden. Ook bij langdurig hoge dosis corticosteroïden, chemotherapie, post-transplantatie immuunsuppressiva, etc. geldt: screen op en behandel LTBI indien aanwezig.
  • Recente TBI (converter binnen 2 jaar): reeds genoemd – ~15% kans op ziekte. Dit rechtvaardigt de “window prophylaxis” bij jonge kinderen en de sterke aanbeveling voor TPT bij volwassenen met recente conversie.
  • Nierinsufficiëntie (dialyse): Chronische uremie gaat gepaard met functionele immuundepressie; dialysepatiënten hebben tot 10× hoger TB-risico. Vandaar dat men in richtlijnen ook deze groep systematisch screent op TBI en zonodig behandelt.
  • Diabetes mellitus: ongeveer 2- à 3-voudig risico, en TB bij diabetici kent vaker een moeizamer beloop. Gezien de hoge prevalentie van diabetes wordt echter geen algemene screening aanbevolen (te weinig positief voorspellende waarde) – wel is het belangrijk TB sneller te overwegen bij deze patiënten (dubbeldoel: TB uitsluiten bij slecht instelbare diabetes en omgekeerd).
  • Leefstijl: Roken, alcoholabusus en ondervoeding (BMI <18,5) zijn geassocieerd met respectievelijk ±2×, 3× en 2–3× verhoogde TB-kans. Hoewel deze factoren wijdverspreid zijn, dragen ze aanzienlijk bij aan de populatie-attributieve fractie van tuberculosegevallen. Zo wordt wereldwijd ~0,7 miljoen TB-gevallen per jaar aan roken toegeschreven, ~0,75 miljoen aan alcoholmisbruik en ~0,96 miljoen aan ondervoeding. Preventief beleid dat deze determinanten aanpakt (armoedebestrijding, voedingsprogramma’s, rookstop) maakt deel uit van de globale TB-strategie.

Opmerkingen: In lage-incidentielanden vindt transmissie nog slechts beperkt plaats. Een groot deel van de actieve TB komt er voort uit reactivatie van oude infecties bij ouderen of vanuit het reservoir van migranten met latente infectie. Zo was >80% van de TB-gevallen bij Belgische geboren 65-plussers in de periode 2010–2017 het gevolg van reactivatie (gebaseerd op genotype-analyse). Dit betekent dat, naarmate de incidentie verder daalt, de focus van TB-bestrijding verschuift naar het detecteren en behandelen van latente infecties in hoogrisicogroepen. Tegelijk blijft het belangrijk om uitbraken te voorkomen. Gelukkig leiden de meeste TB-gevallen in België niet tot grote transmissieclusters, dankzij de goede omgevingsonderzoeken en behandeling. “Low incidence does not mean no incidence” – blijvende waakzaamheid bij risicopopulaties en individuen is aangewezen om de endemische resthaard te blijven onderdrukken.

Gerelateerde content

Doorzoek onze kennisbank

Tuberculose in de kin­der­ge­nees­kun­de

Tuberculose Richtlijnen en aanbevelingen Nederlands
Dit themanummer Tuberculose in de kindergeneeskunde dateert van 2009. Sommige stukken zijn wat verouderd. De beroepsvereniging van…
Download (973,0 KB)
Lees meer

Het BELTA-TBnet project

Tuberculose Brochure en folders Nederlands
Dankzij dit project kunnen tuberculosepatiënten die betalingsmoeilijkheden ondervinden een beroep doen op een financiële tussenkomst.Dit…
Download (192,3 KB)
Lees meer

Vor­mings­bro­chu­re

Tuberculose Rookstop Brochure en folders Nederlands
Download (3,5 MB)
Lees meer

Nieuwsbrief

We houden je graag op de hoogte van onze werking.